Terug naar Meteora

Terug naar Meteora in Griekenland

Meteora Griekenland – kloosters en rotspartijen

Een paar jaar geleden kreeg ik een boek over de Meteora kloosters cadeau. De auteur, Theocharis M. Provatakis noemde zijn werk een populair wetenschappelijke, rijk geïllustreerde gids. Inderdaad was het een mooie combinatie van prachtig fotowerk met opvallende formuleringen in de tekst. In zijn beschrijvingen groeit deze bijzondere plek in Griekenland uit tot meer dan een bezienswaardigheid. De lezer krijgt ook een inkijkje in de werkelijkheid waarin de monniken leven. Voor mij voldoende aan-leiding om nog eens naar de Meteora terug te keren.

Het is vroeg in het seizoen en ik ben weer terug in Kalambaka, bij de bushalte waar zo dadelijk de rit naar boven toe zal beginnen. We vertrekken met Dimitri aan het stuur en met Ingrid die de kaartjes verkoopt. Bij het klooster van de Heilige Drie-eenheid stap ik uit. Een paar vogels fladderen op en in de verte hoor ik vaag het gerommel van onweer. De Aghia Triada is zeer fotogeniek en dat heeft soms gevolgen waar geen monnik of stiltezoeker echt blij van wordt. Zo fungeerde het klooster als decor in de film Kuifje en het geheim van het Gulden Vlies en in de James Bond film For your eyes only. Maar dat is nu allemaal lang geleden. De stilte heerst hier weer als vanouds.

Aghia Triada en Aghia Stefanos kloosters

Links van mij zie ik de steil oprijzende monumentale rots waar het Aghia Triada klooster op gebouwd is. Een geplaveide weg leidt ernaar toe. Vervolgens komen de 140 langs de rotswand uitgehouwen traptreden. Eenmaal boven koop ik een toegangs-kaartje bij twee theologiestudenten die verwoed met elkaar in discussie zijn. Ik ga naar binnen en betreed het katholikon (de kloosterkerk). Daar is het te donker om details of kleuren goed waar te kunnen nemen. In het schijnsel van mijn zaklamp ver-schijnt de iconostase (scheidingswand met iconen) als een geheim dat ik eigenlijk niet aan licht had mogen blootstellen. Want omwille van de gewijde sfeer moet het schemerig blijven. Ik ga zitten en laat deze ruimte op me inwerken.

Later op de dag – ik ben inmiddels weer helemaal in Meteora-sferen – be-zoek ik Aghios Stefanos, een nonnenklooster. Het heeft iets van een oud kasteel en inderdaad, vroeger kon het alleen via een over een diepte gespannen hangbrug betreden worden. Dit klooster is ruimer van opzet. Ik kan er trappen op en af en rondom over galerijen lopen met een fraai uitzicht op de binnenplaats. Er zijn groenperken met wilde rozen, een museum met een grote collectie iconen, wierookvaten, perkament en oude priestergewaden. In het gehele hoofdgebouw zijn vrijwel alle wanden rijkelijk beschilderd, veelal met Bijbelse taferelen. De nonnen waken over wat hen dierbaar is. Wanneer iemand foto’s wil maken van fresco’s snelt een van hen toe. “Geen foto’s maken!”, roept ze met een ijle, breekbare stem. Ze klinkt als een moeder die geschrokken en angstig haar kinderen be-schermt. Effect hebben haar woorden overigens wel.

Sfeer van Meteora

Alle kloosters geven volop aanleiding tot een bezoek, de kerken en musea zijn schatkamers. Zo ligt er in het kleine museum van het Varlaam klooster een volledig gekalligrafeerd evangelie-boek, gesigneerd door de Byzantijnse keizer Constantijn VII. De kans dat u in de kerken in de kloosters overvallen wordt door gevoelens die u van uzelf niet kent, is groot. Provatakis be-schrijft zijn unieke beleving als volgt: ’Het vage licht van de lampen in de koepel en de weinige ramen vormen de mysterieuze schakel tussen hemel en aarde.’

Bijzonder noemenswaard is het klooster van Aghios Nikolaos. Toegegeven, het is een hele klim, maar de beloning is groot en het uitzicht vanaf het balkon adembenemend. Ver beneden me zie ik waar de wandelpaden beginnen die naar de rotsformaties leiden, binnen zijn in een brede nis zitjes gecreëerd waar ongetwijfeld menig diepzinnig gesprek is gevoerd. Twee beroemde fresco’s mag u hier niet missen: Adam die de dieren een naam geeft en Het Laatste Oordeel, met de venijnige demon wiens lange en gulzige tong de zondaar moet vrezen.

Megalo Meteoor

De drie andere kloosters, Roussanou, Varlaam en de Megalo Meteoor zijn bouwkundige meesterwerken die zijn opgetrokken in een fascinerend landschap. De Megalo Meteoor is het oudste, grootste en hoogst gelegen klooster van de Meteora. Tot 1923 werd gebruik gemaakt van een net dat met een lier werd opgetakeld om goederen of personen naar boven te krijgen. Deze hijsinrichting is voor demonstratiedoeleinden nog steeds in be-drijf. De Megalo Meteoor is van een bijzondere sfeer en schoonheid. De vroegere ziekenzaal is nu een winkeltje met museumfunctie. Ik koop een cd met liturgische zangen. Het is een gouden greep blijkt later, de gezangen zijn prachtig. Hoog op een plateau te midden van nog veel hogere rotsen ligt het imposante Roussanou-klooster. Lange tijd bestond de toegang uit een soort opwaarts gespannen touwladder. Dat moet voor de stoutmoedigen die dit klooster bezochten of er woonden duizelen zijn geweest! De huidige verbinding is heel wat sterker en veiliger.

Een monnikenbestaan in Meteora

De Meteora en de kloosters zijn uitzonderlijk en geweldig om te bezoeken. Alleen al de ruige natuur is wonderschoon. De moderne bezoeker kan zo in beslag worden genomen door de uiterlijke pracht, dat hij voorbijgaat aan het verhaal achter de kloosters. Wat is het verhaal van die monniken en nonnen eigenlijk? Wat beweegt hen? Provatakis wijdt hier in fraaie bewoordingen een waardevolle passage aan. Het is de keuze voor de orthodox christelijke levenswijze die zij ooit hebben gemaakt en waarin zij zichzelf hebben gevonden. Het betekent aardse bindingen verzwakken, verdieping zoeken in Bijbelstudie en in de vervaardiging en beleving van religieuze kunst en vooral bidden, voortdurend bidden, met geen ander doel dan eens vervuld te raken van De Heilige Geest. De wereld van de bezoekers van nu en de monniken van toen ligt mijlenver uiteen. Toch komen er nog steeds bezoekers in wie de pelgrim spring-levend is. Ze houden van de Meteora en voelen zich er thuis. Dit zou ook best voor mij kunnen gelden.

Onverwachte ontdekking

Op de laatste dag bezoek ik het Varlaam klooster. Na een forse klim kom ik boven op een klein pleintje uit. Het is er heerlijk. Er staan een paar statige cipressen, bankjes en bloeiende struiken groeien tegen de kloostermuren op. Ook de bescheiden klok-kentoren past helemaal in dit beeld. Ik wandel verder en stuit dan plotseling op een immens wijnvat. Deze oersterke houten ton is gemaakt in de 16e eeuw en goed voor 12.000 liter, zo vertelt men mij. De monniken moeten het geweten hebben: wijn verblijdt de harten van mensen. Natuurlijk gunden zij zich-zelf dat ook.