Griekenland heeft genoeg meren, die vooral te vinden zijn in bergachtig gebied op het vasteland. Hoeveel precies? Dat hangt af van wat je meetelt: alpenmeren, stuwmeren, thermale meren, wetlands. Wij tellen de natuurlijke meren en die hebben we nog lang niet allemaal bezocht. Sommige gevuld met smeltwater, zoals het Drakenmeer in Epirus, maar ook dichter bij de kust en zelfs op de eilanden. Kreta heeft met Kournas een zoetwatermeer waar je als toerist van alles kunt doen.
Andere meren op het vasteland zijn de woonplaats van beschermde trekvogels, zoals de Prespa-meren bij Florina, en trekken vogelspotters het hele jaar door. Er zijn ook meren waar je echt moeite voor moet doen om ze te bereiken. Denk aan een stevige bergwandeling naar afgelegen gebieden hoog in de bergen. Veel meren maken deel uit van beschermde natuurgebieden zoals een nationaal park of Natura 2000-gebied, waardoor als bezoeker niet alles is toegestaan.
1. Meer van Ioannina — Pamvotida
Het meer van Ioannina, officieel Pamvotida, ligt op 384 meter hoogte in het noordwesten van Griekenland en geldt als een van de oudste meren van Europa. Wat het bijzonder maakt is de combinatie van stad en water. Ioannina heeft de allure van een vakantiebestemming aan zee, terwijl je aan zoet water zit. Terrassen langs de promenade, een gezellige boulevard die uitkijkt over het water en een zonsondergang boven het meer die je niet snel vergeet. ’s Avonds merk je nauwelijks dat je niet aan de kust zit.

Vanuit de stad vaar je in een paar minuten over naar het eiland midden in het meer. Dit is het enige bewoonde eiland van Griekenland zonder officiële naam. Er liggen kloosters, smalle straatjes en het Ali Pasha museum, gewijd aan de Ottomaanse heerser die het gebied in de vroege negentiende eeuw domineerde. De overvaart en een bezoek aan het museum zijn een aanrader.
Boven het meer vliegen de vliegtuigen van het kleine regionale vliegveld IOA aan, wat de aankomst in de stad een apart karakter geeft.
2. Meer van Kastoria — Orestiada
Kastoria is een stad op een schiereiland, omringd door water aan drie kanten. Het meer, ook bekend als het Orestiada-meer, ligt op ongeveer 630 meter hoogte en heeft een omtrek van dertig kilometer. De stad zelf is amfitheatergewijs gebouwd op de heuvel van het schiereiland, met Byzantijnse kerken en herenhuizen uit de zeventiende en achttiende eeuw als stille getuigen van een rijke handelsgeschiedenis.

Die welvaart dankte Kastoria aan de pelzenhandel, een traditie die teruggaat tot de zestiende eeuw. De naam van de stad verwijst naar de bever. Het dier dat ooit in grote aantallen rond het meer leefde en de handelstraditie op gang bracht. In de wijken Doltso en Apozari zijn de gevels van die rijkdom nog intact. Het Byzantijns museum bewaart de sleutels van de kerken en laat bezoekers binnen.
Rondom het meer loopt een fiets- en wandelpad dat door verschillende dorpen voert. Een rustige route langs platanen en water, ver van de geijkte Griekenlandroute. Kastoria staat op onze lijst: een stad vol locals en nog maar weinig toeristen.
3. Prespa-meren
Op het drielandenpunt van Griekenland, Albanië en Noord-Macedonië liggen twee meren naast elkaar. Dit zijn het Kleine en het Grote Prespa-meer, gescheiden door een landtong. Ze liggen op 850 meter hoogte en behoren tot de hoogste meren van tektonische oorsprong op de Balkan.
Het Grote Prespa-meer is het uitvalspunt voor een boottocht naar een rotskapel die alleen via het water bereikbaar is. Deze ligt hoog in de rotswand, met fresco’s en een uitzicht over het meer dat je niet via een wandelpad bereikt. Vanuit de boot zie je ook de pelikanen, waaronder de kroeskoppelikaan die hier broedt en nergens anders in Europa zo talrijk is. Dat is geen vogelexcursie maar gewoon onderdeel van het landschap.
De omgeving telt ook Byzantijnse kerken en dorpen langs het water waar het leven al eeuwen hetzelfde ritme heeft. De Prespa-meren staan hoog op onze lijst.
4. Meer van Plastiras
Het meer van Plastiras is kunstmatig en aangelegd in de jaren vijftig als waterreservoir voor Centraal-Griekenland. Maar het landschap eromheen doet vermoeden van niet. Het water heeft een blauwgroene kleur die afsteekt tegen de beboste berghellingen en in de winter tegen besneeuwde toppen. De Grieken noemen het gebied soms Klein Zwitserland, wat de sfeer goed weergeeft zonder overdreven te zijn.
Het meer ligt op ruim 780 meter hoogte in het bergachtige Evritania en is vrijwel onontdekt door het massatoerisme. Wandelen, fietsen en kanoën langs de grillige oeverlijn behoren tot de mogelijkheden. De fjordachtige bochten van het meer geven het een karakter dat je in Griekenland niet verwacht.
5. Drakenmeer — Drakolimni bij Papingo
Op 2.050 meter hoogte, op de kliffen van de berg Tymfi in Epirus, ligt het Drakenmeer. Dit is een alpenmeer dat zijn water uitsluitend krijgt van regen en smeltsneeuw die rond juli vrijkomt. Het meer is ongeveer vijftien meter diep en donkerblauw van kleur, ingeklemd tussen rotswanden waar in de zomer wilde geiten over bewegen.
De wandeling begint in Mikro Papingo, een van de steendorpjes van de Zagorochoria. Vanaf daar is het een klim van vijf uur, waarbij je halverwege de Astraka-berghut passeert op bijna 2.000 meter. Het pad loopt eerst door bos, dan over bloemrijke bergweides en uiteindelijk door een rotsachtig landschap zonder bomen. Het Drakenmeer is geen dagje uit en vraagt een goede conditie en bergschoenen.
De naam verwijst naar een legende waarin twee draken op de berg Smolikas en de berg Tymfi oorlog met elkaar voerden en rotsblokken en dennenbomen naar elkaar gooiden. De valleien en richels in het landschap zouden de overblijfselen van die strijd zijn.
6. Meer van Kournas — Kreta
Het meer van Kournas is het enige zoetwatermeer van Kreta en ligt in een vallei aan de uitlopers van de Lefka Ori, tussen Chania en Rethymnon. Het is een toegankelijk meer met tavernes langs de oever, waterfietsen te huur en eenden en schildpadden die de oever bevolken. Kinderen zijn hier op hun plek.

Het water neemt door de verschillende dieptes en lichtinvallen alle schakeringen van blauw en groen aan. Volgens de Griekse mythologie is het meer ontstaan doordat de goden de goddeloze bewoners van een dorp straften met een vloed. Alleen de dochter van de priester overleefde, en zij zou nog elke nacht om middernacht aan de oppervlakte komen om haar haren te kammen in het maanlicht.
Kournas is geen spectaculaire bestemming, maar een aangename stop voor wie op Kreta het binnenland opzoekt.
7. Meer van Trichonida — het grootste meer van Griekenland
Het meer van Trichonida ligt in Aetolië-Akarnania, op slechts zes kilometer van de stad Agrinio. Met een oppervlakte van bijna honderd vierkante kilometer is het het grootste natuurlijke meer van Griekenland. De Grieken noemen het ook wel de ‘Zee van Aetolië’, en dat is niet overdreven. Het water heeft geen eilanden, geen overkant die je zomaar ziet. Je kijkt uit over een open watervlak dat aan alle kanten door groene heuvels en de flanken van het Panaitolio- en Arakynthosgebergte wordt omsloten.
Het meer ligt op slechts vijftien meter hoogte, laag dus voor Griekse begrippen, en heeft een maximale diepte van 58 meter. De oever wisselt van karakter: hier en daar ruige vegetatie, dan weer kleine dorpjes als Paravola, Thermo en Gavalou met tavernes waar verse zoetwatervis op het menu staat. Vanuit Thermo, op de noordelijke oever, loop je in korte tijd naar de ruïnes van antiek Thermo, met de resten van de tempel van Apollo Thermios en een klein maar goed museum.
Trichonida is een Natura 2000-gebied en herbergt meer dan tweehonderd vogelsoorten. Druk is het hier zelden. Als je op zoek bent naar een meer dat indruk maakt door pure omvang en stilte, en niet door terrassen of toeristische voorzieningen, is dit het goede adres.
8. Meer van Vegoritida — het diepste meer van Griekenland
Het meer van Vegoritida ligt in West-Macedonië, ingeklemd tussen de bergen Verno, Voras en Vermio, op een hoogte van ruim vijfhonderd meter. Het was ooit het diepste meer van Griekenland, met een diepte die tot 75 meter reikte. Door wateronttrekking voor landbouw en industrie is het peil in de twintigste eeuw sterk gedaald. Het meer is sindsdien kleiner geworden, maar met een huidige diepte van circa 70 meter behoort het nog altijd tot de diepste meren van het land.
Vegoritida maakt deel uit van een cluster van vier meren, samen met Petron, Zazari en Cheimaditida, die de overblijfselen zijn van een prehistorisch meer dat ooit duizend vierkante kilometer besloeg. Al het water uit dat systeem stroomt samen in Vegoritida, het laagstgelegen van de vier. Het meer bevriest nooit, wat het ook in de winter tot een belangrijk leefgebied maakt voor watervogels. Meer dan 160 soorten zijn er waargenomen, waaronder kroeskoppelikanen, visarenden en zeearenden.
Het dorpje Arnissa aan de zuidelijke oever is al door Thucydides vermeld als een van de oudste Macedonische nederzettingen. Langs het water liggen tavernes waar je Macedonische gerechten eet met uitzicht op het meer en de besneeuwde toppen van de Voras op de achtergrond. Het naburige skigebied Kaimaktsalan maakt Vegoritida ook in de winter de moeite waard.



