Heimwee naar Amorgos

15 maart 2013

Vannacht kwam ik aan in de haven van Aigiali en van daaruit bracht iemand mij naar mijn adres in Chora. Onderweg reikte het licht van de koplampen niet verder dan de weg voor ons en in Chora zag ik alleen een binnenplaats waar de auto kon keren. Het bleef nog even raden naar de ware aanblik van mijn nieuwe omgeving. Dus toen ik vanochtend de balkondeuren opende en naar buiten liep, was het verrassingseffect groot. Ineens sta ik midden in een Cycladisch dorp en valt het licht van alle kanten over me heen. Dat krijg je met al die witte huisjes die het zonlicht weerkaatsen. Ze liggen als een waaier met hier en daar de blauwe koepel van een byzantijnse kerk. Overal op de balkons staan bloempotten in de vorm van bolvormige kruiken met daarin het uitbundig rood en paars van de bougainvillebloemen, fris en vitaal want het is lente. Beneden in het straatje hoor ik twee mensen elkaar begroeten. “Kalimera Yannis”, klinkt het opgewekt. “Kalimera Sofia’’, luidt het al even welgemeende antwoord. Ja, als de mensen elkaar hier groeten, dan gebeurt dat niet plichtmatig.

Ontspannen leven op Amorgos

Zo’n aangenaam begin nodigt natuurlijk uit tot een nadere kennismaking en niet veel later sluit ik de deur achter mij. Al slenterend zie ik struiken en bomen vrijwel overal waar ze het plaatje compleet kunnen maken. Alsof een kunstenaar er de aanwijzingen voor heeft gegeven. De takken van sommige in bloei staande bomen kronkelen langs muren en over afdakjes heen. Mooi vind ik dat. Ieder huis heeft zijn eigen unieke kenmerken, wat een aantrekkelijke variatie oplevert in uiterlijke vormen. Als teken van een ontspannen manier van leven zie ik op een dakterras een paar hoge schommelstoelen en een opblaasbaar waterbassin voor de kleintjes.

Toeristen met de schoolbus

In Griekse dorpen worden hoogteverschillen overbrugd met trapstraatjes, dat is hier niet anders. Terwijl ik over de treden van zo’n straatje naar beneden afdaal, hoor ik ergens muziek spelen. Zo te horen loop ik in de goede richting want zwoele jazzklanken komen mij steeds luider tegemoet. En zo vind ik de weg naar een taveerne met terras aan een plein midden in Chora. Aan de tafels buiten zit een groep Fransen die erover klagen dat vanwege de crisis het openbaar vervoer is wegbezuinigd. Dat heeft hun wandelvakantie danig ontregeld. Wie naar Aigiali of Katapola wil, de twee havens, kan met de schoolbus mee die rond vier uur ’s middags de kinderen terugbrengt naar de verschillende dorpen, zo kom ik te weten. De eigenaar vertelt me dat hij iedere dag andere muziek draait. Nu eens jazz, dan weer new age, klassiek of pop en altijd met de volumeknop laag, zodat niemand er last van heeft. Binnen is de ruimte nogal krap bemeten maar wel gezellig en royaal voorzien van schaak- en backgammon-borden. Ideaal om in de zomer de lange en hete middagen mee door te komen. Achterin de zaak zit achter haar laptop de dochter van de eigenaar haar huiswerk te maken. Een nieuwsgierig meisje met een ronde toet en heldere, nieuwsgierige ogen. Af en toe kijkt ze op van haar werk en laat ze zich gewillig afleiden door dat bont geschakeerde en internationale gezelschap. Het is duidelijk dat deze taveerne een plek is waar de hele wereld over de vloer komt.

De ziel van Amorgos

Geen bezoeker zal op Amorgos het spectaculair gelegen klooster van Panagia Chozoviotissa willen missen. Behalve een aantal stoffelijke zaken zoals oude manuscripten en van goudborduursel voorziene priestergewaden van Russische herkomst, herbergt dit klooster ook zoiets als ‘de ziel van het eiland’. In de vorm van een kostbare icoon van de maagd Maria wordt die ziel ieder jaar op 21 november in processie over het eiland rondgedragen. Voor de gelovigen een belangrijke gebeurtenis, want Maria is beschermvrouwe van het eiland. Wanneer ik vanuit Chora vertrek en de weg volg die me in een klein half uur naar mijn bestemming zal voeren, tel ik de wilde rozen in het veld. De geur van tijm bereikt mijn neus en ontdek dan dat recht voor mij een enorme ruimte is opengevallen. Vanaf de kustlijn ver bene-den mij strekt de zee zich uit in overweldigend blauw. De weg daalt af en voorbij een bocht zie ik, afgetekend tegen een donkere steile bergwand, het klooster liggen. De asfaltweg houdt na een tijdje op en wat rest is een stevige klim over een stenen trap. Het smetteloos wit van de massieve muren, die hier al ruim duizend jaar staan, komt steeds dichter bij. Op een pleintje voor de ingang wachten nog een paar bezoekers en om vijf uur worden we toegelaten. Een smalle stenen wenteltrap leidt naar een kleine kerkruimte waar wierook wordt gebrand. We lopen door naar de ontvangstruimte met portretten aan de muur van monniken die hier ooit gewoond hebben. Verder valt er in de toegankelijke ruimtes niet zo heel veel te zien. Ik begrijp dat dit klooster zijn ware schatten niet aan de incidentele bezoeker zal prijsgeven. Gezelligheid wel, blijkt als een monnik aan komt sloffen met een fles likeur in de hand. We krijgen allemaal een glaasje en we drinken op Amorgos. Later, op het strand van Aghia Anna, overdenk ik de verhalen en indrukken van het klooster nog eens. Vanaf hier gezien zijn de bergen nog indrukwekkender. De wanden dalen op sommige plaatsen loodrecht neer richting zee en in een kleine kapel wordt ieder uur de klok geluid. Het strandje is dan ook een geweldige plaats voor berusting.

Nachtelijk Chora

’s Avonds wandel ik door de hoofdstraat van Chora en ga naar binnen bij To Xyma, waar de activiteiten in de keuken zo heerlijk geuren dat het eten, naar ik verwacht, ook wel voortreffelijk zal smaken. En dat doet het. Wanneer het later op de avond wat rustiger wordt, schuift de eigenaar bij me aan voor een praatje. Hij vertelt over zijn inspanningen het typisch Cycladische karakter van zijn zaak te behouden. De open keuken wordt gekoesterd en hij draait louter Griekse muziek. “Ik heb al verschillende geïnteresseerden uit Athene afgewezen die mijn zaak voor veel geld wilden renoveren”, bromt hij. Hij vertelt me nog veel meer, over wandelpaden en plekjes die vrijwel niemand kent en over de Franse film Le grand bleu, die voor een groot deel op Amorgos werd opgenomen. En natuurlijk begint hij over een verlaten boot die na een stormnacht op een strand werd aangetroffen en waarin mensen de icoon met de maagd Maria ontdekten, die ze vervolgens naar het klooster brachten. Een legende trouwens waar de meeste eilandbewoners hier wel vertrouwd mee zijn. Als de wijn op is, bedank ik hem en begin ik aan mijn wandeling terug. En dat is een belevenis op zich: straatlantaarns als knusse schemerlampjes dompelen nachtelijk Chora in een diffuus licht dat al die witte huizen en huisjes in een sfeervolle gloed zet. De kronkelstraatjes en steegjes waar ik doorheen kom bekoren me nu nog meer dan overdag. Een wegglijdende schaduw op een muur verraadt dat er nog iemand onderweg is op dit uur. Een schimmige en wat mank lopende figuur kruist mijn pad en verdwijnt om de hoek. Nachtelijk Chora spreekt tot mijn verbeelding.