Wandelen op ‘rustig-Rhodos’

26 november 2015
Wandelen op rustig Rhodos uitzicht op zee

Wandelen op rustig Rhodos – uitzicht op eilanden

Hoe zuidelijker je komt, hoe rustiger het wordt – ook langs de westkust van Rhodos. We zijn op weg naar Kritinia. Dit stille bergdorp (zo’n 600 inwoners) op een uur rijden van hoofdstad Rhodos-stad, grenst aan een prachtige vallei die doorloopt tot aan zee. En er is de Kastello, de ruïne van een Johanniter burcht, met fabelachtig uitzicht. Aanleiding genoeg voor een wandeling in ‘rustig-Rhodos’.

Rustig is het bij aankomst in Kritinia, door de eerste vestigers ‘Nieuw-Kreta’ genoemd, in ieder geval, ook aan het eind van de ochtend. De lokale supermarkt heeft precies één bezoekertje, een jochie dat een ijsje komt halen – het is tenslotte voorjaar. En er is vers brood, dus we slaan gelijk goed in. Deze wandeltocht van 12,7 kilometer willen we in zo’n vier uur lopen, liefst met een lunchstop met zeezicht, dus proppen we onze rugzak vol met flessen water, brood plus beleg en koekjes, op alles voorbereid. We koesteren goede herinneringen aan deze tocht. Vrij vlot lopen we het dorp op de helling van Mount Attavyros uit en beginnen aan een lange afdaling richting de kust, slingerend door de vallei, een verkoelend zeebriesje in ons gezicht.

De eerste kilometers leggen we haast fluitend af. We wandelen langs boomgaarden waar in het voorjaar nog niet veel oogstbaars te vinden valt, maar waar wel allerlei veldbloemen de boel flink opfleuren. Als we even halt houden voor wat foto’s, ruiken we de geur van verrotting. Liggen hier vruchten van vorig jaar te vergaan? Nadere inspectie leert dat de lucht van bederf afkomstig is van de drakentonglelie, die bloeit met een paarsrode, in het oog springende bloem. De geur is bedoeld om vliegen te lokken, die zorg dragen voor de bestuiving. Kennelijk werkt het goed, want we zien (en ruiken!) er heel wat onderweg.

Over een slingerende zandweg vervolgen we onze afdaling en na drie lussen krijgen we zicht op de zee en zien we de (meest onbewoonde) eilandjes die voor de kust liggen: Strongili, Makri, Alimnia, Atrakousa en Chalki. Omdat we onder ons een kiezelstrand weten waar het goed toeven is bij de verkoelende zee, stappen we dapper door, tot we eindelijk oog in oog met het water staan – en met onze voeten erin. Het keienstrandje is niet breed, de smalle steenslagweg erlangs lijkt hier en daar wat verstevigd. Zou er hier ooit een voertuig passeren? Genietend van de rust en de stilte kun je je dat nauwelijks voorstellen!

De heuvels in

Als de maag gevuld is en de voetzolen zijn gekoeld, vervolgen we onze tocht. We ronden een klif en komen op een volgend strandje. Ter hoogte van de resten van wat waarschijnlijk ooit een huis is geweest, nemen we het smalle pad dat links langs de helling omhoog loopt, steeds dieper de vallei in. In meerdere opzichten is dit een adembenemende ervaring. Niet alleen is het prachtig om op deze manier door te dringen in het groen, het pad stijgt ook behoorlijk.

Op sommige plaatsen is het nogal overgroeid en een enkele keer moeten we ons zelfs een weg banen door de struiken – vermoeiend, en twee keer moeten we ervan uitrusten. Toch stemmen het landschap en het uitzicht ons al snel helemaal tevreden: lopend kom je op plekken waar anderen niet komen en krijg je een veel rijkere kijk op Rhodos als natuurbestemming. De ruïne van een oude stal of schuur geeft een impressie van hoe het er hier vroeger moet hebben uitgezien. Ooit was dit land vruchtbare landbouwgrond, en daarbovenuit torende het Kastello Kritinia. Tegenwoordig is het kasteel een ruïne.

Kastello Kritinia

Wandelen op rustig Rhodos kerkje

Wandelen op rustig Rhodos – wit kapelletje

Toen de Johanniter ridders, een kerkelijke orde, in 1309 uit Jeruzalem werden verdreven, vestigden zij zich op Rhodos. Vanuit hun verbondenheid met de katholieke kerk voelden zij zich geroepen om de oprukkende islam in de oostelijke helft van het Middellandse Zeegebied een halt toe te roepen. En daarvoor leek Rhodos, vlak voor de Turkse kust, de perfecte plek. Het eerste wat de ridders deden was het bouwen van een serie forten langs de kustlijn, gelegen op strategische plaatsen, met weids uitzicht op het omliggende land en de zee. Vijandige troepen konden zo snel worden gesignaleerd, en daarbij kon onderling met rook- en vuursignalen worden gecommuniceerd.

Hoe de ridders het bouwmateriaal en de benodigde mankracht ooit op deze hooggelegen plaatsen hebben gekregen is nauwelijks voor te stellen. Van de verschillende burchten – behalve die in Rhodos-stad – rest niet veel meer dan ruïnes. Toch raak je nog steeds diep onder de indruk van de imposante bouwwerken. Voor de Turken gold dat minder: in 1522 verdreven zij de ridders en werden heer en meester over Rhodos.

‘Many tourists’

In de afgelopen zes jaar is de Kastello (gebouwd in 1472) uitgegroeid tot een bezienswaardigheid van enige betekenis en is er een grotere parkeerplaats aangelegd, waar we toeristen met huurauto’s, witte gympen en dikke fototoestellen ontwaren. Zij klauteren groepsgewijs naar de ingang van de burcht, terwijl wij een plekje zoeken op het terras dat hier sinds kort wordt uitgebaat. Een café kun je het niet noemen, het is meer een mobiele bar met tuintafels.

De gastheer is net zo gastvrij als collega’s elders op het eiland, de cola is er heerlijk koud. ‘Many tourists come here’, zegt hij desgevraagd. Hij bekijkt het beduimelde exemplaar van onze gids, zwaait er even mee en herhaalt: ‘Many tourists!’ Zou dat betekenen dat hij dit boek herkent? Er is tenslotte ook een Engelse, identiek uitziende editie. Helaas spreken wij onvoldoende Grieks en Engels om die vraag te kunnen stellen en het antwoord te begrijpen, dus houden we het maar op: ‘many tourists’.

Dan is het tijd voor de laatste etappe, terug naar Kritinia. Opnieuw naar beneden, de vallei in, waar we op de bodem een smal stroompje passeren, en weer omhoog, naar het dorp (op 270 meter hoogte!). We wandelen tussen boerderijen, huizen en schuren door, kietelen een ezel achter zijn oor en naderen zo de bewoonde wereld. Een erfhond (gelukkig aan de ketting) blaft hartstochtelijk naar ons, een kind stept voorbij en verderop rust een in zwarte kleding gestoken vrouw uit op een muurtje. Het leven is hier rustig en nog echt Grieks, zonder merkbare invloed van het toerisme dat elders op het eiland ’s zomers voor zoveel drukte zorgt. Hoog tijd voor twee halve liters Mythos op het dorpsplein, tussen de loko’s. En gelukkig: ‘Not many tourists’.