Op de motor

15 december 2008

Varend over de zeeën van Odysseus groeit de nieuwsgierigheid naar deze mythologische held. Sprak hij hier met de doden? Kwam hij bij deze grot aan land en was het hier waar Penelope aan haar kleed weefde? De aangename geur van olijfolie bereikt onze neuzen. Op het wegdek zijn grote, donkere vlekken te zien. Het is oogsttijd in Parga. Onder de olijfbomen is de grond tot in de berm met netten bedekt. De olijven die buiten de netten zijn gevallen, worden door de wielen van onze motor geplet. Dit is genieten. In je T-shirt op de motor, alle indrukken van de omgeving opsnuivend. Ik meen zelfs een zweem feta te ruiken. Zouden geiten ook olijven eten? Ergens in de verte, in de haven van Parga, ligt onze zeilboot. Soms wil je meer dan zon en zee, dus gebruiken we de boot als camper en huren we in de havens een motor om het achterland te verkennen. Zeilboot en motor, een perfect duo om Odysseus te volgen. Homerus’ heldendicht speelt zich grotendeels af in deze goddelijke omgeving, de Ionische Zee.

Schimmenrijk

Parga ligt op het vasteland van Epirus, net onder Albanië. Het prachtige kustplaatsje ligt pittoresk tegen de bergen geplakt. Tot onze verbazing wemelt het in deze ongerepte hoek van Griekenland van de Engelse toeristen. Geen punt, met een motor laat je al die roodverbrande Angelsasken snel achter je. In het binnenland is het rustig en klinkt alleen het geblaat van grazende geiten. We zijn vertrokken met een bijzondere bestemming: Nekromanteion, het orakel van de doden en volgens de mythologie de toegang tot de onderwereld. Dit is het schimmenrijk waar Odysseus de ziel van een voorspeller om raad vroeg en zijn gestorven moeder weerzag. Op de weg van Parga naar Preveza nemen we bij het dorpje Mesopotame de afslag naar de archeologische site. Hier is bijna niemand, alleen de bewaker en heel veel krekels. Boven, bij de tempel, kijken we uit over het groene dal waar ergens de Acheron stroomt, volgens de overlevering een zijrivier van de Styx. Van de oude tempel (300 v. Chr) staan alleen nog de funderingen overeind, maar we onderscheiden de ruimtes: de offerkamer met aarden kruiken, waar Odysseus drie stuks vee offerde, het labyrint en de kamer van de purificatie. Daar gaan we even zitten, maar echt zuiver worden we er niet van.

Falakische gastvrijheid

Vervolgens steken we over naar Paxos, een klein eilandje vlak onder Corfu, het land van de Faiaken. Dit gastvrije volk bracht Odysseus uiteindelijk veilig thuis. En gastvrij, dat zijn ze in deze contreien nog steeds. Je kunt geen bar of taverne bezoeken of je krijgt glaasjes ouzo, Metaxa, wijn, schalen vol chips en mezedes. Paxos is piepklein (20 km2) maar zeker de moeite waard. De afstanden tussen de drie dorpen zijn gemakkelijk te wandelen, maar op een motor vang je tenminste nog wat wind. In het dorp Gaios vinden we direct aan de haven een motorverhuur. “You’re professionals,” besluit de eigenaar als we tussen de hopen schroot een ouderwetse 4-takt aanwijzen. Met een in benzine gedrenkte lap veegt hij de buddyseat schoon. Zo, nu nog even het motorrijbewijs. Nauwkeurig bestudeert hij het document. Prima, starten maar… Vier weken laten ontdekken we dat mijn reisgenoot al die tijd met míjn rijbewijs heeft rondgelopen! Niemand heeft het opgemerkt. Echte bezienswaardigheden zijn er niet op Paxos, of het moeten de 63 kerken zijn die het eilandje telt. Paxos heeft een ander soort charme: kleurrijke vissersplaatjes met sfeervolle terrassen aan het water, kronkelweggetjes door een golvend landschap en niet te vergeten: een half miljoen olijfbomen! De kwaliteit van de olie van deze bomen wordt wereldwijd geroemd. Zo wordt in het beroemde Londense warenhuis Harrods alleen olijfolie van Paxos verkocht. Via Longos snorren we naar het noordelijk gelegen Lakka. Dit is zeker niet het drukke watersportcentrum dat in de gidsen beschreven staat. De besloten, turkooize baai is echter wel een paradijs voor zeilers en duikers, of gewoon voor zwemmers. We nemen een frisse duik en bestellen een ijskoude myrthos bij een van die gastvrije Faiaken.

Paleis van Odeysseus

Na een paar dagen volgen we Odysseus naar het zuiden en belanden in Vassiliki op Lefkada. Nicks’s rental is dicht vandaag. Zo gaat dat. Geen klandizie, dan maar naar de ‘Fass bar’ voor een ouzo. Daar zitten al die andere jongemannen uit Athene die hier in de zomer een restaurant runnen. In de winter blijft een handvol oudjes achter. Nicks concurrent is gelukkig wel op zijn post. Lefkada kun je in een dag helemaal rondrijden, maar dan mis je alle leuke plekjes. Aan de ruige westkust liggen uitgestrekte zandstranden tegen witte rotsen: Porto Katsiki, Kathisma, Agios Nikitas en Kalamitsi, waar een haast Caribische sfeer hangt. De ‘grote’ steden Lefkada en Nidri zijn bruisend, en vol trendy terrassen met loungebanken. Dat terwijl in het bergachtige binnenland de dorpen (zoals Sivros en Karia) nog heerlijk ongerept Grieks zijn. Daar kun je haast niet doorheen motoren zonder aan een tafeltje een glas ouzo te drinken en een kaartje te leggen. Volgens de Duitse archeoloog Dörpfeld stond het huis van Odysseus niet op Ithaka, maar hier op Lefkada bij Nidri. Veel bewijs voor zijn standpunt is er niet, enkel een berg keien in het gras. Het is weinig indrukwekkend. Het uitzicht vanaf de kustweg over de Drepano-baai is daarentegen adembenemend. Snel parkeren we de motor bij het hoge terras van restaurant Keramidaki. Vlak voor de kust ligt Skorpios, het privé-eiland van Onassis. Restauranteigenaar Angelo serveert officieel geen mezedes, maar ‘hij verzint wel iets’. Even later brengt hij een schotel vol inktvis, olijven, tonijn, feta en groenten. Als we vertrekken mogen we de hapjes niet betalen. ‘Hoe kan ik dat nou rekenen, het staat niet eens op de kaart!’

Wijnkleurige zee

De wind voert ons verder. Nog niet naar Ithaka, want Odysseus mocht dan graag naar huis terugkeren, wij willen juist wat extra tijd doorbrengen op Homerus’ ’wijnkleurge zee’. Same, noemt Odysseus een van de eilanden tegenover Ithaka. Dat moet Kefalonia zijn. We huren een 125CC in het havenplaatsje Eufemia. Na wat gerommel in een bezemkast overhandigt de verhuurder ons twee oude helmpjes, die een valpartij zeker niet zouden overleven. Ach, harder dan 40 km/u moet je ook niet rijden op deze eilanden. We durven het ook zonder goede bescherming wel aan. Kefalonia heeft echte bergtoppen (tot 1100 m) en je kunt er van noord naar zuid aardig wat kilometers afleggen. We proppen een paar dikke truien in de rugzak. Al snel hebben we ze nodig want zodra de weg stijgt, rijden we de wolken in en koelt het enorm af. We komen op temperatuur met een kop Nescafe in Sami. Dan begint de wereld ineens te schudden. Vanuit de tavernes klinkt het kabaal van brekend serviesgoed. Het wegdek golft vervaarlijk. Eén minuut misschien, niet langer. Wij staan nog te trillen op onze benen maar de inwoners van Sami hebben hun dagelijkse bezigheden alweer hervat. Een bevinkje, dat voelen ze wel vaker. De eilanden liggen op een breuklijn. In 1953 werd Kefalonia (en ook Lefkada) getroffen door een serieuze aardbeving. We spoelen de schrik weg met een groot glas Robola, een van de beste wijnen van Griekenland. Is dit de wijn die Odysseus roemt? Het is zomaar mogelijk, want volgens de Nederlandse oudheidkundige Goekoop was Kefalonia zijn thuisland. Hij vergeleek de tekst van de Odyssee met het landschap en concludeerde dat Ithaka op zuid-Kefaloniá was gelegen. We kunnen er weer tegen en brengen een bezoek aan de Akropolis van Sami, die we bereiken via een steile weg vol oude, grillige olijfbomen en duizenden sprinkhanen. Vanaf de hoge stad kijken we uit over de duizelingwekkende blauwe zee. In de verte springt een groepje dolfijnen op uit het water. Aan de overkant ligt een eiland. ‘Rotsachtig en met de bladerrijke kruin goed zichtbaar’. Dat moet Ithaka zijn.

Grot der Nimfen

‘Een geitenland, waar niets groeit,’ zegt Odysseus over zijn geboortegrond. Het is waar: Ithaka is steil en kaal. Het toerisme teert op de herinneringen aan hun held, maar dat vergt de nodige verbeeldingskracht van de bezoekers. Een rondje op de motor brengt ons in één dag langs alle bezienswaardigheden. Om te beginnen naar de grot der Nimfen, waar Odysseus slapend aan land wordt gebracht, dan langs de hut van Eumaios, de zwijnenhoeder en vervolgens naar Stavros in het noorden, waar behalve een buste van Odysseus eigenlijk niets te zien is. Of toch: de resten van een oude Myceense nederzetting. En jawel, hier stond ooit het échte paleis van Odysseus. Ooit. Het maakt niet uit. De koude fles wijn en gegrilde kreeft aan de haven van Frikes maken veel goed. In de verte zien we de boot van Odysseus in de zinderende hitte boven zee zweven. Mythologie moet je met een korreltje zout nemen, of liever, met een flinke slok ‘Pekelwater’, om maar met Homerus te spreken…