Olijfoliemuseum Lesbos

15 december 2008

Lesbos, een eiland vol verrassingen. Bedekt met een uitbundige natuur en miljoenen olijfbomen. Een eiland dat ontspant en batterijen weer oplaadt. Prachtige musea belichten een fascinerende geschiedenis. Zoals in Agia Paraskevi, in het boeiende museum van de industriële olijfolieproductie.
‘Je kunt het niet missen, het staat goed aangegeven: Agia Paraskevi. Het is een prachtige route door het Tsikniasdal’, raadde Evi Toroz me in haar piepkleine VVV-kantoortje in Molyvos aan. Ze heeft geen woord teveel gezegd. Hoog op de boog van de Kremastibrug kijk ik uit over een woud van olijfbomen. Elf miljoen staan er naar schatting op Lesbos. Het maakt het eiland tot de grootste boomgaard ter wereld. Tussen al die ruwe stammen en takken imponeert de brug in al zijn architectonische eenvoud. Onderaan de brug schrik ik me wezenloos als plotseling een grote hardoen, een soort hagedis, wegschiet.
Een zonnige dag in mei, de beste maand om Lesbos te bezoeken. De natuur bloeit in al zijn glorie. Dieprode klaprozen dansen in de wind. Zoetgeurende brem trekt forse, gele strepen op de heuvels.

Grieks Erfgoed

Het dorpspleintje van Agia Paraskevi ligt er mediterraan vredig bij. Onder een paar kolossale platanen bestel ik een koele frappé. Het is verbazingwekkend hoe die Grieken met zo’n driftige, elektrische mini-mixer, een paar scheppen Nescafé Classico en wat ijsblokjes zo’n heerlijk drankje te voorschijn toveren. ’s Morgens heb ik in het winkeltje van de vrouwencoöperatie in Molyvos wat amigdalota, amandelkoekjes, gekocht. Ze smaken er prima bij.
Pal om de hoek, langs de straatweg naar Kalloni, wappert een bijzondere vlag. De vlag van een bank. Meer precies: de Piraeus Bank. Een bank met een missie. De Piraeus Bankgroep Cultuurstichting is verantwoordelijk voor een netwerk van thematische musea. Met als doel het bestuderen, bevorderen en – misschien wel het belangrijkste – redden van Grieks erfgoed. Het accent ligt daarbij op het promoten van een product dat kenmerkend is voor een streek.

Ooievaars

De vroegere fabriekshal blinkt van de gerestaureerde machines. Af en toe start men ze op om de drie belangrijkste stappen in het productieproces te demonstreren. Daarnaast vertellen digitale schermen het verhaal van wat eens de levensbron van ieder dorp op Lesbos was. In een hoek imponeert een kollergang. Twee verticaal roterende molenstenen kneusden voorheen in een ronde, metalen bak de aangevoerde olijven. Vervolgens drukten persen alle olie uit de olijvenpulp. Fase drie was het scheiden van olie en water in de laval seperators.
Het hele zaakje werd aangedreven door een grote stoommachine naast de productiehal. Op zijn hoge schoorsteen hebben ooievaars nu met zwerfplastic, dat aan alle kanten uit de takken steekt, hun nest gebouwd. ‘Vorig jaar zaten er drie jongen in. Nu hebben we ze nog niet kunnen tellen’, vertelt Vasilis Papanikilou in het cafetaria.

Gemeenschappelijk bezit

In de vroegere opslagloodsen vertellen ontroerende foto’s het verhaal van het vroegere dorpsleven. Het is een uniek verhaal. De fabriek van Agia Paraskevi was, heel ongebruikelijk voor die tijd, gemeenschappelijk bezit van alle dorpelingen. Een volgende loods gaat in op de sociaal-economische gevolgen van de voortgaande mechanisatie.
Tientallen half ingegraven oliekruiken geven tenslotte onder een afdakje een aardige indruk van de enorme hoeveelheid olie ze hier vroeger produceerden.
Terug in Molyvos bestel ik op het terras van het Olive Press Hotel een koel glas Mythos. Van de vroegere olijfoliefabriek hebben ze hier een hotel gemaakt.