
PVK, Preveza Airport, is een kleine maar drukke Griekse luchthaven. Twee trappenbordes, voor- en achterzijde van het vliegtuig, en een bus die je de overige honderd meter naar de terminal brengt. Dat laatste lijkt overbodig, maar Fraport hanteert hier strengere veiligheidsregels dan je op kleinere nationale Griekse luchthavens gewend bent. De vliegduur is vergelijkbaar met Corfu, ietsje langer, maar binnen drie uur sta je op Griekse bodem. We kozen voor een huurauto, een shuttlebusje brengt je eerst naar het terrein van het autoverhuurbedrijf, omdat je op Lefkas zonder auto veel mist. Het eiland vraagt om bewegingsvrijheid.
De rit naar Lefkas-stad is niet bijzonder. Een soort snelweg, weinig om naar te kijken. Maar na de brug verandert dat. Je rijdt langs een lang kanaal en naast je varen zeilboten van en naar de grote jachthaven. Rechts liggen de zoutpannen, een vlak, open landschap waar veel watervogels zich ophouden. De stad zelf ligt op een vlak gedeelte, zichtbaar vanaf de weg. Aan weerszijden van de eerste straten staan al auto’s geparkeerd. Als je verder doorrijdt begrijp je dat een plekje dichterbij het centrum niet gemakkelijk te vinden is.
Waarom Lefkas-stad

Lefkas-stad is wat mij betreft de beste uitvalsbasis op het eiland, en dat heeft weinig met toerisme te maken. De stad heeft een echte kern, een compacte binnenstad met winkels en tavernes die er ook zijn als de zeilboten vertrokken zijn. Je leeft er meer met de locals mee dan in Nidri of Vassiliki, waar de infrastructuur vrijwel volledig op toerisme is afgestemd. Buiten het seizoen houd je daar weinig over. Lefkas-stad niet.
In de zomermaanden trekt de jachthaven een levendig publiek. ’s Avonds komt de boulevard tot leven, de terrassen vullen zich en de restaurants draaien op volle toeren. Maar het is geen decor, want de stad bestaat ook zonder dat publiek.
Vanuit de stad zijn de stranden bij Agios Ioannis op de fiets te bereiken. Rustiger dan de grote namen in het zuiden, toegankelijker, en het water is net zo helder. Het panorama van hoge kliffen heb je hier niet, het landschap is vlakker, maar dat is precies waarom het hier minder druk is.
Porto Katsiki en Egremni

Porto Katsiki en Egremni staan op elke lijst en de uitzichten vanaf de witte kliffen zijn ook werkelijk indrukwekkend. Goed om te zien en geweest te zijn. Maar het zijn populaire stranden aan het einde van een lange rit, met nog een stuk lopen of traplopen erbij. Als je er eenmaal bent begrijp je de aantrekkingskracht, maar als dagbesteding kost het meer dan het op foto’s lijkt.
Het binnenland

Karya en Englouvi zijn de dorpen die je niet overslaat. Niet omdat er bijzonder veel te doen is, maar omdat ze een eigen karakter hebben dat je op de kust nergens vindt. Smalle straten, een dorpsplein, mensen die er gewoon wonen. Op een eiland dat in de zomer volloopt met zeilboten en huurauto’s is dat niet vanzelfsprekend.
De watervallen bij Nidri staan ook op de meeste lijstjes, maar vallen in de praktijk tegen. Weinig water, veel mensen, en het hoogtepunt is pas bereikbaar na een flinke wandeling. Als je toch actief wilt zijn op Lefkas, kies dan voor kajakken. Je komt op plekken die over land onbereikbaar zijn, het is minder toeristisch en de beleving is groter.


